Rasstandaard

Rasstandaard FCI nr. 190

Land van herkomst:
Duitsland

Geschiedenis:
De hovawart is een zeer oud Duits gebruikshondenras. De naam is ontstaan uit het Duits. “Hova” betekent het hof en “wart” betekent bewaker. Sinds 1922 werd dit ras m.b.v. soortgelijk type honden die men aantrof bij boerderijen, opnieuw gefokt. Bovendien werden Duitse Herders, New Foundlanders, Leonbergers en andere rassen ingefokt. Door sterke selectie ontstond het oorspronkelijke gebruikshondentype weer. In het land van herkomst word er veel waarde gehecht aan de gezondheidstoestand van de Hovawart. Met name op het gebied van heupdysplasie werd door jarenlange fok met HD-vrije dieren het percentage van HD in de populatie teruggedrongen. Er wordt van alle hovawartverenigingen verwacht dat zij hetzelfde zullen doen.

Algemeen voorkomen:
De hovawart is een krachtige, middelgrote, licht gestrekte, langharige gebruikshond. De verschillen in geslachten moeten duidelijk herkenbaar zijn vooral aan de vorm van het hoofd en de lichaamsbouw.

Belangrijke lichaamsverhoudingen:
De lichaamslengte bedraagt ongeveer 110% tot 115% van de schofthoogte.

Gedrag en karakter:
De hovawart is een erkende werkhond voor veelzijdig gebruik. Van nature is hij stabiel en rustig, beschermt, is zelfverzekerd en belastbaar. Hij heeft een gemiddeld temperament en een zeer goede neus. Zijn voor een werkhond harmonisch op elkaar afgestemde lichaamsverhoudingen en zijn bijzonder goede binding met zijn familie maken hem tot een uitstekende begeleidings-, waak-, verdedigings- en speurhond.

Hoofd: 
De neusrug is recht en vormt een parallel met de bovenkant van het hoofd. De snuit en bovenkant van het hoofd zijn ongeveer even lang. De hoofdhuid ligt strak aan.

Bovenkant hoofd:
Schedel: Het krachtige hoofd heeft een breed, gewelfd voorhoofd.
Stop: Goed herkenbaar.

Aangezicht:
Neus: Neusgaten zijn goed ontwikkeld. Bij zwartblonde en zwarte honden is het pigment zwart; Pigment bij blonde honden is zwart, wisselneus is toegestaan.
Voorsnuit: Krachtig, zowel van opzij als van boven gezien wordt deze iets smaller naar de neusspiegel toe.
Lippen: Zij liggen goed aan.
Tanden/gebit: De hovawart heeft een volledig, krachtig schaargebit met 42 tanden volgens de tandformule. De tanden staan kaarsrecht in de kaak. Tanggebit is toegestaan.
Ogen: De ogen zijn ovaal, niet uitpuilend noch diepliggend. De kleur is donker- tot middelbruin. De oogleden liggen goed aan.
Oren: De los aanliggende, driehoekige hangoren zijn hoog en ver uit elkaar aangezet, waardoor zij de bovenkant van het hoofd optisch verbreden, en reiken in lengte tenminste tot de mondhoek. De punt is licht afgerond. In rust liggen de oren vlak aan, bij alertheid kunnen ze iets naar voren gericht gedragen worden. De voorkant ligt ongeveer in het midden tussen de ogen en het achterhoofdsbeen.

Hals:
De krachtige hals is middellang en de keelhuid ligt strak aan.

Lichaam:
Rug: De rug is recht en stevig.
Lendenen: De lendenen zijn krachtig en iets langer dan het bekken.
Bekken: Het bekken is licht afvallend en middellang.
Borst: De borst is breed, diep en krachtig.

Staart:
De bossig behaarde staart reikt tot onder het spronggewricht, maar niet tot de grond. Ze wordt afhankelijk van de stemming van de hond over de rug omhoog gedragen of afhangend gedragen.

Ledematen:
Voorhand: De voorpoten zijn krachtig en, van voren en van de zijkant gezien, kaarsrecht gesteld.
Schouder: Zeer goed bespierd. Het schouderblad is lang en goed schuin terugliggend.
Opperarm: Lang en dicht aan het lichaam liggend.
Ellebogen: Zij liggen tegen de borstkas.
Voorvoetwortelgewricht: Krachtig.
Voormiddenvoet: matig schuin gesteld.

Achterhand: De achterpoten zijn krachtig en van achteren gezien kaarsrecht gesteld. De achterhand is goed gehoekt.
Boven- en onderbeen: Zeer goed bespierd.
Spronggewricht: Krachtig en laag gesteld.

Voeten:
De poten zijn rond, krachtig en compact. De tenen zijn gewelfd en liggen dicht tegen elkaar. Wolfsklauwen dienen verwijderd te worden, behalve in landen waar dit wettelijk verboden is. (Dit is in Nederland het geval). De teennagels bij zwartblonde en zwarte honden moeten zwart pigment hebben. De teennagels bij blonde honden mogen minder gepigmenteerd zijn.

Gangwerk:
De hovawart beweegt zich in alle gangen van voren en van achteren gezien rechtlijnig en ruim uitgrijpend. De draf is ver uitgrijpend met goede stuwing vanuit de achterhand.

Huid:
De huid ligt in zijn totaal strak aan. Bij zwartblonde en zwarte honden heeft ze een blauwige tint, bij blonden een meestal roze tint.

Vacht:
Beharing: Het krachtige lange haar is licht golvend en ligt aan, met weinig onderwol. Het is langer aan de borst, buik, achterkant van de voor- en achterpoten en de staart. Aan het hoofd, de voorkant van voor- en achterpoten is het haar kort. De vacht is gesloten.
Kleur: De hovawart is er in drie kleurslagen: zwartblond, zwart en blond.
Zwartblond: Het haarkleed is zwart en glanzend, de kleur van de aftekening is middelblond. Aan het hoofd begint de aftekening onder de neusrug en loopt tot om de mondhoek tot in de aftekening van de keel. De puntvormige aftekening boven de ogen zijn duidelijk zichtbaar. De aftekening aan de borst bestaat uit twee naast elkaar liggende vlekken, die met elkaar verbonden kunnen zijn. Aan de voorpoten loopt de aftekening van de zijkant gezien, van de tenen tot ongeveer middenvoorvoet en loopt aan de achterkant door tot aan de ellebogen. Aan de achterpoten loopt de aftekening van de zijkant gezien, aan de voorkant van de poot van een brede streep onder het spronggewricht naar een smallere streep boven het spronggewricht tot aan de buik. Ook onder de staartaanzet is aftekening aanwezig. De aftekening is overal duidelijk begrensd. Enkele kleine witte vlekken aan de borst of enkele witte haren aan de tenen of staartpunt zijn toegestaan. Pigment aan oogleden, lippen en voetzolen is zwart.
Zwart: Het haarkleed is zwart en glanzend. Enkele kleine witte vlekken aan de borst of enkele witte haren aan de tenen of staartpunt zijn toegestaan. Pigment aan oogleden, lippen en voetzolen is zwart.
Blond: Het haarkleed is middelblond, glanzend, en wordt richting de buik net als aan de poten lichter (Aufhellung). Enkele kleine witte vlekken aan de borst of enkele witte haren aan de tenen of staartpunt zijn toegestaan. . Pigment aan oogleden, lippen en voetzolen is zwart.

Grootte:
Schofthoogte: Reu 63-70 cm, teef 58-65 cm.

 

FOUTEN:
Elke afwijking van bovengenoemde punten moet als fout worden beschouwd, waarbij de waardering in correcte verhouding tot de gradatie van de afwijking moet staan.

Diskwalificerende fouten:

Algemeen voorkomen: 
* In fenotype niet aan de rasstandaard voldoende honden.
* Sterk reu-achtige teven.
* Sterk teef-achtige reuen.

Verhoudingen:
Sterk afwijkende lichaamsverhoudingen.

Gedrag en karakter:
Agressieve, angstige, schotschuwe of lethargische honden.

Hoofd:
* Ontbrekende stop.
* Blauw oog of berkenoog.
* Staande, tip- of rozenoren, afstaande oren.
* Ondervoorbeet, bovenvoorbeet, kruisgebit.
* Ontbreken van meer dan twee tanden van de 4 PM1 en de 2 M3, of het ontbreken van een andere tand.

Hals:
extreme wangen of veel losse keelhuid.

Lichaam:
* Sterk aflopende rug of sterk opgetrokken rug.
* Smalle of tonvormige borst.
* Afwijkingen aan de staartwervels, sterk verkorte staart, extreme krulstaart.

Ledematen:
Sterk overbouwde achterhand.

Gesteldheid van de vacht:
Overwegend gekrulde vacht (ringvormige krullen)

Kleur van de vacht:
Kleuren, die in de standaard niet beschreven staan, bv. Blauw-grijs, wildkleur, bruin, wit, gevlekt, blond met roestkleurige schijn of haar met overwegend meerdere kleuren. Enkele witte haren aan de binnenkant van het bovenbeen leiden niet tot uitsluiting van de fok.

Zwartblond:
* Grijze of bruine vlekken buiten de aftekening.
* Overwegend anderskleurige dan zwarte onderwol.
* Overwegend grijze of witachtige aftekening.

Zwart:
* Grijze of bruine vlekken buiten de aftekening.
* Overwegend anderskleurige dan zwarte onderwol.

Blond:
* Overwegend roodblonde kleur zonder aufhellung.
* Witblonde kleur, ook aan de oren.
* Duidelijk witte aftekening.
* Donkere vlekken of masker.
* Enkele witte haren op de neusrug leiden niet tot uitsluiting van de fok.

Grootte:
* Ondergrootte
* Overgrootte van meer dan 3 cm.

N.B. Reuen moeten in het bezit zijn van twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen, die volledig ingedaald zijn.